Begroting 2019

Reserves

In 2014 is de huidige nota Reserves en voorzieningen vastgesteld. Deze nota was de beleidslijn voor de bestuursperiode 2014-2018. Het is de bedoeling dat voor de periode 2018-2022 de nota reserves en voorzieningen wordt geactualiseerd, maar medio 2018 is dit nog niet gebeurd.
Voor een gedetailleerd overzicht van het verloop van de diverse reserves alsmede een overzicht van de verwoorde uitgangspunten per reserve wordt verwezen naar het bijlagenboek.

Overzicht reserves per 1 januari

2018

2019

2020

2021

2022

2023

(bedragen x € 1.000)

Algemene reserve

7.700

7.789

7.454

8.045

8.045

8.045

Overige bestemmingsreserves

16.671

14.584

14.421

14.102

13.662

13.406

Resultaat na bestemming

884

Totaal reserves

25.255

22.373

21.875

22.147

21.707

21.451

Algemene reserve

De begrote toevoegingen en onttrekkingen hebben voornamelijk te maken met saldi van bestuursrapportages.
Op de algemene reserve wordt geen rente bijgeschreven.
De raad van de gemeente Boxtel heeft in haar nota reserves en voorzieningen een minimale norm van de Algemene reserve vastgelegd (5% van de begrotingsomvang+5% van de vaste activa minus de totale reserves. Toegepast op de cijfers van de meerjarenbegroting 2019-2022 geeft de minimale norm van de algemene reserve het volgende beeld te zien:

Berekening minimale norm algemene reserve

2017

2018

2019

2020

2021

2022

(bedragen x € 1.000)

5% van de begrotingsomvang

4.037

4.635

4.274

4.325

4.434

4.235

5% van de vaste activa minus totale reserves

2.509

2.913

2.975

2.972

2.794

2.781

Totaal minimale norm algemene reserve

6.546

7.548

7.249

7.297

7.228

7.016

Conclusie is dat de begrote omvang van de algemene reserve zich voor elk jaar boven de door de raad gestelde minimale norm bevindt.
Daarnaast wordt de omvang van de algemene reserve beoordeeld ten opzichte van de risico’s zoals beschreven in paragraaf B, weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Overige bestemmingsreserves

De totale omvang van de overige bestemmingsreserves bedraagt bij aanvang van het begrotingsjaar 2019 € 14,6 miljoen en loopt iets terug tot € 14,4 miljoen aan het eind van het begrotingsjaar en € 13,4 mln. aan het eind van 2022.
Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves lopen via de resultaatbestemming en worden cijfermatig per programma gepresenteerd. De bestemmingsreserves kunnen worden verdeeld in:

  1. Reserves ter dekking van kapitaallasten van afgeronde investeringen (per 1-1-2019, € 6,5 miljoen);
  2. Reserves ter dekking van kapitaallasten van lopende investeringen (per 1-1-2019, € 1,9 miljoen);
  3. Overige bestemmingsreserves ter egalisatie van kosten en realisatie van plannen (per 1-1-2019, € 6,2 miljoen).

Met uitzondering van de reserves ter dekking van kapitaallasten wordt er aan de bestemmingsreserves geen rente toegevoegd.